Michael de Jong -de klusjesman in de Deventer Moordzaak- heeft spoedappel aangetekend tegen de uitspraak van de Amsterdamse Voorzieningenrechter in Kort Geding dd. 13 maart jl. Toen schortte de rechter de executieverkoop van het huis van De Hond op en gaf aan waartoe De Hond inzake uitspraken m.b.t. De Jong en zijn vriendin wel en niet gerechtigd is. Hij overwoog daarbij dat vanwege de complexiteit van de materie slechts de bodemrechter een definitief oordeel kan geven.
Via het spoedappel willen De Jong en zijn vriendin alsnog de executie van het huis van De Hond bewerkstelligen. Zij maken ook bezwaar tegen het feit dat de rechter in zijn vonnis het volgende heeft gesteld: “Het betekent verder dat blijft gelden dat het niet mogen noemen van vaststaande feiten die De Jong en Wittermans in verband brengen met de Deventer Moordzaak een te grote inbreuk zou vormen op de vrijheid van meningsuiting van De Hond.”
Zij vinden dat een eerdere uitspraak van de rechter (april 2007) in het kader van een civiele zaak die door hen gevoerd is De Hond dit wel verbood.
De rechtszaak zal dienen op 24 april 2008 om 10 uur, bij het Hof in Amsterdam.
De Hond uit zijn verbazing over dit door De Jong ingediende spoedappel.
Enerzijds gezien het feit dat De Jong op 18 maart via NOVA een oproep aan De Hond deed om hem nu eens met rust te laten. Juist omdat inzake de uitspraak van de rechter uit april 2007 nog een hoger beroepszaak loopt zou het afwachten tot daar een nieuwe uitspraak komt het meest logische zijn. Daarna zou in het kader van die uitspraak desgewenst door De Jong nog steeds een bodemprocedure gevoerd kunnen worden.
Anderzijds omdat, zeker ook gezien het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), iemand niet verboden kan worden om vaststaande feiten te communiceren. Uit de dagvaarding kan geconcludeerd worden dat De Jong en zijn vriendin willen dat De Hond o.a. verboden wordt het volgende te zeggen:
- De Jong en zijn vriendin hebben kort na de moord onwaarheid gesproken over het alibi van De Jong op de avond van de moord. Zij waren niet de hele avond thuis, maar waren, zoals ze in 2006 hebben verklaard, de hele avond op de studentensociëteit. De melding van de vriendin van De Jong dat zij al voor 20 uur op die studentensociëteit was is strijdig met het feit dat rond 20.20 uur vanaf haar huis nog naar buiten werd gebeld.
- De Jong en zijn vriendin hebben kort na de moord onwaarheid gesproken over het feit dat De Jong twee dagen na de moord een magneetstrip voor zijn messenverzameling heeft gekocht. Nadat De Jong in 2006 is geconfronteerd met het feit dat de winkel in 2001 heeft gemeld dat er die dag geen magneetstrip verkocht was meldde De Jong en zijn vriendin dat hij in 1999 een mes had gekocht in plaats van een magneetstrip.
- In zijn interview op 18 maart 2008 bij Nova meldde De Jong in het begin dat het begrip “klusjesman” een mythe was die De Hond (sinds begin 2006) heeft gecreëerd. Uit het Proces Verbaal van een verhoor van De Jong op 12 oktober 1999 blijkt dat De Jong door de politie is gemeld dat hij als klusjesman door de weduwe werd aangeduid. De Jong reageerde toen volgens dit Proces Verbaal met de volgende woorden “Het feit dat anderen mij alleen maar als klusjesman kennen spijt me”. Vanaf september 2002 werd in de media de term “klusjesman” gehanteerd in relatie tot De Jong, o.a. in een artikel van het Algemeen Dagblad van 27 september 2002. Derhalve is ook deze uitspraak van De Jong bij Nova een evidente onwaarheid, die past in de reeks van evidente onwaarheden in verklaringen van De Jong en Wittermans door de jaren heen.
De Hond kan zich derhalve niet voorstellen dat de rechter bij dit spoedappel De Hond nu wel zal gaan verbieden om vaststaande feiten over De Jong en/of Wittermans te poneren. Noch dat de rechter bij dit spoedappel –in tegenstelling tot de voorzieningenrechter in Kort Geding- wel de verkoop van zijn huis zal toestaan.
De Hond zal bij dit spoedappel, net zoals bij het kort geding, vertegenwoordigd worden door Mr. H. Bos, van Plasman cs Advocaten.

0 Reactie op “Spoedappel De Jong (“klusjesman”) versus Maurice de Hond”