=
Bookmark (Een bookmark kan met de rechtermuisknop aangeklikt worden en met
"snelkoppeling kopieren" gekopieerd worden om in discussie elders te
plakken zodat exact naar het punt van de bookmark hier wordt verwezen)
'Bijna de PERFECTE MOORD'
Begin juli vorig jaar was de 49-jarige fiscaal jurist
Ernest L. er nog heilig van overtuigd dat hij op alle punten zou worden vrijgesproken
van de geruchtmakende moord op de schatrijke 60-jarige weduwe Jacqueline
Wittenberg-Willemen. Zij was op 25 september 1999 gruwelijk vermoord in haar
woning aan de Zwolseweg in Deventer aangetroffen. Ernest was vorig jaar op last
van de Hoge Raad
voorlopig in vrijheid gesteld, nadat hij al drie jaar van z'n
straf van twaalf jaar had uitgezeten, die hem eerder door het gerechtshof in
Arnhem was opgelegd.
Opgelucht over zijn vrijlating na het zeldzame arrest van het hoogste
rechtscollege in ons land zei hij in De Telegraaf van 19 juli: "Ik had geen
reden die weduwe te vermoorden. Ze was mijn cliënt, geld heeft me nimmer
geboeid. Wat moet ik met miljoenen? Ik heb zelfs nog nooit in een vliegtuig
gezeten en wil dat ook helemaal niet. Laat de politie de echte moordenaar
vinden, zodat ik eindelijk weer gewoon aan het werk kan." Hij was zelfs al zo
zeker van de goede afloop dat hij toestond dat zijn naam voluit - dus zonder
initialen - in de krant kwam.
Maar zijn uitspraken in de zonovergoten zomer van vorig jaar stonden wel in een
uiterst schrijnend contrast met het tumult dat afgelopen maandag bij het
gerechtshof in Den Bosch uitbrak, toen president mevrouw mr. J.A.M. van
Schaik-Veltman het verpletterende vonnis van
opnieuw twaalf jaar gevangenisstraf
tegen Ernest L. uitsprak. "Het is niet waar, mevrouw, het is niet waar. Alles is
vals, alles veegt u weg", protesteerde hij al halverwege haar betoog. Waarna het
onmiddellijk na het vonnis tot een spectaculaire worsteling kwam met vier
toegesnelde parketwachten, die hem tegen de grond moesten werken, terwijl hij
het uitschreeuwde: "Ik laat me niet opnieuw op pakken. Ik ga niet mee."
Zijn vrouw en dochter stonden er verslagen en snikkend bij toen hij in de boeien
werd weggeleid op weg naar de rest van zijn lange gevangenisstraf.
Teletekst
In het Groningse gehuchtje Onderdendam zette op dat moment de 60-jarige
Kees Willemen, de broer van de vermoorde weduwe, 'teletekst' aan. "Het was tien voor
tien toen het vonnis in beeld kwam. Ik dacht steeds: 'Lees ik het wel goed?' Ik
kon het nauwelijks bevatten."
Willemen en de naaste familie ervaren de juridische bevestiging dat Ernest de
moordenaar is als gerechtigheid. "Maar ik probeer mijn emoties nog te
verbergen", zegt hij. "Voorzichtigheid is geboden, want de verdediging gaat weer
in
cassatie bij de Hoge Raad. De straf is nog steeds niet definitief. Maar na
bestudering van het vonnis kan ik niet anders zeggen dan dat advocaatgeneraal
mevrouw mr. Brughuis en haar ondersteunend team met het aandragen van nieuwe
bewijslast een uitzonderlijk knappe prestatie hebben geleverd. Dat is door het
hof gehonoreerd. Ik zou niet weten wie nu nog andere argumenten kan verzinnen
dat L. 't niet heeft gedaan."
Kees Willemen kwam vlak na de schokkende moord op zijn zuster in 1999 op uiterst
pijnlijke wijze in contact met de fiscaal jurist. De kinderloze weduwe was
vermoedelijk al op de avond van de 23e september dat jaar om het leven gebracht
en twee dagen later aangetroffen, toen haar kapster alarm sloeg, omdat de als
uiterst punctueel bekendstaande deftige dame niet op haar afspraak was
verschenen. Kees Willemen was de maandag erna met familie bezig de uitvaart te
regelen, toen hij tot zijn verbijstering bericht kreeg dat er niets meer te
regelen viel. Het bleek dat Jacqueline, weduwe van de gerespecteerde psychiater
Willem Wittenberg, wier vermogen werd geschat op vier miljoen gulden,
twee weken
voor haar dood haar testament had laten veranderen en Ernest L. uit Lelystad,
haar belastingadviseur, als
executeur-testamentair had aangewezen om de
voorwaarden daarin uit te voeren.
"Wij mochten van hem niet eens een aandenken meenemen"
"Wij hadden nog nooit van hem gehoord. Hij was een
volslagen onbekende. In
praktijk had hij nu zeggenschap over het hele vermogen, dat ondergebracht zou
worden in een nog op te richten Dr. Willem Wittenberg Stichting, die hulp zou
bieden aan ex-psychiatrische patiënten. Wij wisten dat mijn zuster haar geld aan
een ideëel doel wilde schenken en hadden daar alle begrip en respect voor",
vertelt Willemen. "Maar volgens het testament, waarvan we ons nu afvragen onder
welke
omstandigheden dat ooit tot stand is gekomen, had L. ook de
opdracht de begrafenis te regelen. De ongelooflijk botte manier waarop die man ons toen te
woord stond, heeft ons tot in het diepst van onze ziel gekwetst. We moesten
zelfs nog met hem onderhandelen om gedaan te krijgen dat de namen van mijn
moeder, die toen 89 jaar was en vorig jaar overleed, en de rest van de familie
nog wel op de rouwkaart werden vermeld."
"En uit de boedel mochten we niet eens enkele kleine prulletjes als
aandenken
meenemen, niet eens een briefje of een kettinkje. Alles moest volgens het
testament geveild worden. Hij zei keihard: 'Dan kopen jullie die spullen maar
bij het veilinghuis terug.' Vanaf dat moment dacht ik al: 'Als je echt niks met
die moord te maken hebt, ga je niet zo met de gevoelens van de nabestaanden om.'
"
Bijna twee maanden na de moord, op 19 november 1999, werd Ernest L., getrouwd
en vader van twee kinderen,
gearresteerd. Sindsdien volgde er een uitzonderlijke
procesgang bij verschillende rechtscolleges, waarbij de inzichten over de
deugdelijkheid van het bewijsmateriaal en de schuld dan wel onschuld van de
verdachte torenhoog verschilden. De processen deden denken aan de beruchte Zaan se paskamermoord en de Puttense moordzaak, hoewel de afloop in deze Deventer
moordzaak geheel in het nadeel van de verdachte zou uitpakken. Na een eis van
maar liefst vijftien jaar sprak de
rechtbank in Zwolle Ernest in februari 2002
vrij. Maar het gerechtshof in Arnhem veroordeelde hem aan het eind van hetzelfde
jaar tot twaalf jaar.
Vanuit de gevangenis bewoog L. - een overigens wat kleurloze en stijve man -
hemel en aarde om zijn straf aan te vechten. Hij kreeg daarbij vooral steun van
het
weekblad HP/De Tijd, dat het in een serie artikelen onvoorwaardelijk voor
hem opnam en hem al min of meer afschilderde als 'een slachtoffer van een van de
grootste gerechtelijke dwalingen van de eenentwintigste eeuw'. Inmiddels was Ernest uiteraard al ontheven van het voorzitterschap van de eerbiedwaardige Dr.
Willem Wittenberg Stichting en was het vermogen, ondanks enkele
vreemde
handelingen van L. bij het openen van de rekening, veiliggesteld.
Verdediging
Het was de bekende strafpleiter
mr. Geert-Jan Knoops die vorig jaar de
verdediging van L. op zich nam en aan de hand van de modernste dnatechnieken bij
de Hoge Raad nieuw ontlastend bewijsmateriaal kon aandragen, dat nodig was voor
revisie van het vonnis. Net als in de Puttense moordzaak, waarbij Knoops de
verdachten vrij kreeg, kwam het hoogste rechtscollege tot de uiterst zeldzame
conclusie dat ook de Deventer moord een nieuw en onafhankelijk proces verdiende,
ditmaal uit te voeren door het gerechtshof in Den Bosch. Men gelastte vorig jaar
zomer tegelijkertijd dat Ernest L. in afwachting van de revisiezaak voorlopig in
vrijheid kon worden gesteld. Hij had er op dat moment al drie jaar opzitten en
vriend en vijand waren het er eigenlijk al over eens dat de verdachte alleen nog
een kolossale vrijspraak wachtte, volledig eerherstel en een reusachtige
schadevergoeding voor een onterechte gevangenisstraf.
Maar ziedaar. Net als verdediger Knoops had ook advocaat-generaal mevrouw A.
Brughuis, de aanklaagster bij het hof in Den Bosch, nieuw onderzoek gelast naar
het bewijsmateriaal en daarbij was onder meer op de blouse van de vermoorde
weduwe een minuscuul bloedvlekje aangetroffen, dat precies overeenkwam met het
dna van de verdachte.
"Als ik ooit ben begonnen aan een zaak met het idee dat er op zijn minst
twijfel is aan de schuld van de verdachte, was het deze wel," zei de
advocaat-generaal tijdens de zitting van het hof op 26 januari. Maar de twijfel
was aan de hand van het nieuwe bewijsmateriaal omgeslagen in zekerheid.
Zekerheid dat Ernest L. ruim vier jaar na de dood van de weduwe tóch de
moordenaar is. "Dit is bijna de perfecte moord. Zijn koelbloedigheid grenst aan
het ongelooflijke" zei mevrouw Brughuis.
Voor Kees Willemen en de naaste familie geeft de veroordeling van de fiscalist
een zekere gemoedsrust bij een moeizame rouwverwerking. "Want vergeet niet wat
voor indruk het maakt als je je eigen zuster zo beestachtig vermoord onder ogen
krijgt. Die man heeft steeds gesuggereerd dat wij hem zwartmaakten omdat we niet
deelden in de erfenis. Maar al rond 1985 was bij mijn ouders al bekend, hoe het
testament er globaal zou
uitzien. Het was dus absoluut geen verrassing voor ons,
we hadden er vrede mee. L. is er steeds een meester in geweest Jan en alleman in
het wilde weg te beschuldigen", vertelt hij. "En toen hij er niet meer omheen
kon dat dat kleine bloedvlekje op de blouse toch van zijn hand was,
hing hij
weer zo'n vreemd verhaal op. Het klopte, zei hij, dat hij op de dag van de moord
's morgens nog op bezoek bij mijn zuster was geweest. Hij had zijn hand op haar
schouder gelegd, toen ze heel emotioneel werd over de dood van haar man.
L. beet
nagels en daardoor was misschien wat bloed uit een wondje losgekomen. Maar de
echte moordenaar, zo staat vast, kwam 's avonds en toen was hij er volgens zijn
verhaal beslist niet meer geweest."
"Wij als familie en haar beste vrienden konden duidelijk maken dat mijn
zuster zich minstens één keer per dag omkleedde. Zij had een heel strikt
kledingritueel. Die avond droeg zij beslist een andere blouse dan 's morgens.
Maar juist op de blouse die ze op de avond van de moord aan had, zat dat
bloedspatje. Het was dus onmiskenbaar van de man die 'het laatst zijn arm om
haar heen sloeg'. Ze was gewurgd en met messteken doorboord. Wij hebben dat
verhaal over haar strikte kledinggewoonten de advocaatgeneraal vlak voor de
zitting nog in een briefje kenbaar gemaakt. Zij heeft dat ook meegenomen in haar
requisitoir en deze aanvulling is verweven in het vonnis. Het is een heel sterk
onderbouwd vonnis. Het geeft ons een goed gevoel. Eindelijk is er ook naar onze
stem geluisterd."
Interview
als PDF